Uitleg in beeld

Voorbeeld op het speelveld
In de rij staat 2-3-2. Onder het middelste cijfer ligt een bekende mijn. Die grenst aan alle drie de cijfers. Alleen de drie vakjes boven de rij zijn nog onbekend. Trek van elk cijfer 1 af: 2−1=1, 3−1=2 en 2−1=1.
Voor

Na

Waarom het werkt
Er blijft 1-2-1 over. De drie vakjes boven de rij vormen dus dat patroon. Aan beide uiteinden ligt een mijn en het midden is veilig. De bekende mijn onderaan blijft liggen. In de afbeelding toont het veilige middelste vakje 2 als het opengaat.

De regel
Tel bij elk cijfer de mijnen eromheen die je met de cijfers al hebt gevonden. Trek dat aantal af. Gebruik de uitkomst voor de vakjes die nog onbekend zijn. Die vakjes blijven op dezelfde plaats.
Wat je moet controleren
Tel de bekende mijnen voor elk cijfer apart. Tel een mijn alleen mee als die aan dat cijfer grenst. Controleer alle onbekende vakjes, ook schuin naast de cijfers. Een vlag telt pas als bekende mijn als de cijfers bewijzen dat daar een mijn ligt.
Reken per cijfer
Tel voor elk cijfer apart hoeveel bewezen mijnen eraan grenzen. Trek alleen dat aantal af. In het voorbeeld 2-3-2 grenst de mijn onder het midden aan alle drie de cijfers. Daardoor blijven de aantallen 1-2-1 over. Je gebruikt die aantallen voor de drie onbekende vakjes erboven. De cijfers op het speelveld veranderen niet. Een vlag telt mee als de cijfers bewijzen dat er een mijn ligt. Baseer je een aftrekking op een verkeerde vlag, dan kloppen de volgende conclusies niet.
