Uitleg in beeld

Voorbeeld op het speelveld
In A en B ligt samen één mijn. In A, B en C liggen samen twee mijnen.
Voor

Na

Waarom het werkt
De 2 telt één mijn meer dan de 1. C is het enige extra vakje, dus in C ligt een mijn. Van A en B weten we het nog niet: in elk van beide kan de andere mijn liggen.

De regel
A, B en C zijn de enige dichte vakjes rond deze cijfers. Het linkercijfer grenst aan A en B. Het rechtercijfer grenst aan A, B en C. Het ontbrekende hoekvakje is al open en staat niet in deze afbeelding.
Wat je moet controleren
Controleer ook de vakjes schuin naast beide cijfers. Deze uitkomst geldt als de dichte vakjes op dezelfde plaatsen liggen als in dit voorbeeld. Trek mijnen die je met de cijfers al hebt gevonden eerst af.
De extra mijn heeft nu twee plaatsen
Boven 1 en 2 liggen A, B en C. Een vierde dicht vakje D ligt schuin rechtsonder van de 2. De 1 telt A + B = 1. De 2 telt A + B + C + D = 2. Na aftrekken blijft C + D = 1 over. In C of D ligt dus een mijn. Geen van beide vakjes is op zichzelf zeker een mijn of zeker veilig.
Probeer dit patroon
Kies je volgende zet met de getoonde cijfers. Tel ook de vakjes schuin naast een cijfer mee. De vakjes buiten de afbeelding zijn open. Elke getoonde vlag staat op een mijn die al met de cijfers is bewezen.
Kies elk vakje waarvan je zeker weet dat er een mijn ligt.
Bekijk waarom
De 2 telt één mijn meer dan de 1. C is het enige extra vakje, dus in C ligt een mijn. Van A en B weten we het nog niet: in elk van beide kan de andere mijn liggen.
